47e EDITIE / 29e KEER IN LANDGRAAF
2016 Updated 02 mei 2017
Datum: 10 t/m 12 juni 2016
Acts: zie programma  Info voor Landgraaf bezoekers

Locatie: Megaland Landgraaf

Entree: 3 dagen met camping kost dit jaar € 195,00. losse dagkaart kost € 95,00 (v.v. prijzen incl. € 5,00 servicekosten). De start van de voorverkoop staat gepland op zaterdag 20 februari 2016. o.v.
Bestel je kaartjes via internet in Nederland, koop je kaartje in ieder geval NIET hier.
Buro Pinkpop steunt de strijd tegen het doorverkopen van kaarten tegen woekerprijzen via de actie: weet waar je koopt. Toch opgelicht, meldt dit hier

Weer: overwegend droog en warm
Toeschouwers: 67.000 totaal

Presentatie: Giel Beelen, Eric Corton

BELANGRIJKE OPROEP:
Heb jij als pinkpopbezoeker mooie foto's gemaakt van de bands en artiesten,
en wil jij dat deze vereeuwigd worden op deze website verzoek ik je om op te nemen
BELANGRIJKE OPROEP!!!

Recencies vrijdag  Recencies zondag  Krantenartikelen  Statistieken  Veel online videoclips
Veel foto's  Pinkpop foto's  Zaterdag foto's  Foto's Eropuit  NPO Cultura  Setlists



Miamigo
Twee jongens uit de Britse badplaats Brighton met een voorliefde voor de wat meer credible eighties pop. Maar dan met de middelen van nu. Live zien we de band uitgebreid tot een kwartet met een extra toetsenist en een drummer. Ze spelen aalgladde synthpop met een funky bas. Met hun single 'What I Want' hadden ze al wat airplay op 3FM en Radio 2.

Het nummer: 'What I Want', meteen ook de opener van de set. Niet zo slim, want zeker als opener op de tweede dag moet de geluidsman nog even de juiste mix vinden op het mengpaneel. Dan is de kans groot dat je prijsnummer uiteindelijk afgekeurd gaat worden. Schrijf het toe aan onervarenheid.

Het moment: Net na het optreden zwaait de zanger gedag, en ruimt in één beweging de onaangeroerde witte handdoeken op. Goed opgevoed, en geen druppeltje zweet verspild.

Wat verder opviel: De blokkenschemagetrouwen noteren een set van 13.35 uur tot 14.05 uur, dus ruim twintig minuten korter dan de beloofde vijftig minuten zuivere speeltijd. Prijs je gelukkig, twintig minuten minder verspild van je leven.

Het publiek: Gedwee meeklappend om de tijd te doden op de drie aangegeven meeklap momentjes. Lief hoor. Net zo lief als de op zich best sympathieke gasten op het podium. We voelen met ze mee, best wel eng zo’n groot podium voor het eerst te moeten bespelen.

Het oordeel: Vaak is een optreden op Pinkpop een vlag op een succesvolle concertreeks. Maar behalve een keertje op London Calling heeft Miamigo nog op geen ander Nederlands podium gestaan. Dit voelt als een budgetneutrale opvuller van het programma. Ze zijn er simpelweg nog niet klaar voor om op Pinkpop te mogen staan. Ze missen de podiumervaring en serveren huismerk doorsneepop, die je gewoon doorskipt als je Spotify Discover Weekly playlist je daarmee lastig valt. Een inwisselbare set vol b-kantjes van Kissing The Pink (eighties wave band, red.). Met een uitstraling van seksloze ideale schoonzonen. Wat dat betreft is het geprojecteerde achterspandoek met de titel van hun EP pijnlijk toepasselijk: Hard To Love.
Bron:
VPRO 11 juni 2016 door Menno Visser / Video: Jean Wertz



Imelda May
Een zwarte netpanty, rockabilly kapsel dat zo uit een magazine uit de jaren vijftig is gekopieerd en een frontvrouw die vol vuur op het podium staat. Imelda May brengt je terug in de tijd met haar combinatie van rock-'n-roll, rhythm & blues en rockabilly. De zangeres reist al sinds 2009 de wereld over als ambassadrice van oude genres. Binnenkort komt haar nieuwe album uit, maar op Pinkpop doet ze het voor de laatste keer met het oude materiaal. Imelda May valt in de categorie podiumtijgers en pakt het publiek met gemak in. Doet ze dat ook op de zaterdag middag van Pinkpop?

Het nummer: Net over de helft van haar set gooien May en haar band er een echte bluesklassieker in. 'Spoonful' dat in 1960 werd geschreven door Howlin' Wolf en sindsdien door zo'n beetje iedere bluesband gespeeld wordt. Tijdens het nummer komt vooral naar voren wat een ongekend bereik Mays stem heeft. Van hard, hoog met een smerige ruis – iets dat in dit genre heel positief opgevat mag worden – tot zacht, warm en ingetogen. Geen enkele noot wordt gemist. De Ier gooit alles in de strijd en dat pakt goed uit, want na 'Spoonful' dit begint het publiek langzaam weer tot leven te komen na een lange festivalnacht. Het moment: Toch wel het einde van de show. Tijdens het laatste nummers 'Johnny Got A Boom Boom' krijgen alle bandleden nog even een momentje om te soleren. Zowel voor het publiek als de muzikanten het hoogtepunt van de show. Imelda May heeft haar show zo gestructureerd dat het begint met het langzamere werk en eindigt met uptempo rock-'n-rolltracks. Op die manier lijkt het op het begin niet helemaal te werken, maar na het laatste nummer weet iedereen wel dat je niet om de stem en strakke band van Imelda May heen kunt.

Het publiek: De meeste mensen moeten nog een beetje bijkomen van de gisteravond. Zeker in het begin is er weinig tot geen response vanaf het veld voor de 3FM Stage, op een enkele uitgeslapen vijftigplusser na dan. Toch gaat de sfeer flink omhoog naar mate de band het tempo opschroeft. Het publiek staat heerlijk te genieten van de kunsten van de band, maar op een viermansmoshpit van een paar brakke Rammsteinfans na is er nog weinig beweging in te krijgen op deze vroege middag.

Het oordeel: Over het optreden van Imelda May is gewoonweg een goede rock-'n-rollshow te noemen, maar heel spectaculair is het dan weer niet. De band kiest ervoor om rustig te beginnen en knallend te eindigen. In dat opzicht is het de juiste band, met het perfecte reportoire op het juiste moment. Een bandje om lekker op te laden voor de lange dag die gaat komen. De band van Imelda May excelleert in het geven van solo's. Van de gitarist die af en toe de trompet oppakt voor een strakke solo tot de contrabassist die zijn vingers rood plukt op de snaren van zijn bas. En dan natuurlijk de ongelooflijk zuivere stem van de zangeres die elke noot met gemak raakt. Een combinatie die goed gewaardeerd wordt en May wordt dan ook uitgezwaaid met een ietwat slaperig, maar welverdiend applaus.
Bron:
VPRO 11 juni 2016 door Flip Kloet / Video: Jean Wertz



Walk Off The Earth
Na 'echte' talentenjachten als Idols en The Voice waren de spin-offs niet van de lucht: van kookwedstrijden tot competities waarin elk denkbaar talent telt. Het Canadese Walk Off The Earth is typisch zo’n act die je in zo’n laatste show kunt tegenkomen, naast een caviadresseur en een vuurspuwer. Dit is een vijfkoppig clubje – vier jongens en een nogal aanwezig meisje – dat van multi-instrumentalisme een circus-act maakt. Dat doen ze natuurlijk ook op het podium (waar ze uitgebreid zijn tot negen man) met een haast sektarische vrolijkheid.

Het nummer: Van tevoren was de grote vraag: gaan ze die malligheid ook op het podium doen? Ja dus: aan het eind van de set verzamelen vijf van de negen bandleden zich rond een akoestische gitaar. De een bovenlangs, de ander onder, een derde ergens tussendoor. Om beurten zingen de vijf een regel, alles loepzuiver. Dan ineens slaat het vijftal linksaf naar Miley Cyrus’ 'Wrecking Ball', en door naar Magic!’s 'Rude' en Avicii’s 'Wake Me Up'. Ze weten ze wel uit te kiezen: dit zijn alleen maar hits van meer dan een half miljard plays op de streamingdiensten. Want zo krijg je het makkelijkst een viral hit: het moet appelleren aan iets dat iedereen al kent.

Het moment: Dat ze hun truc daadwerkelijk op het podium zouden gaan, doen wisten we eigenlijk al halverwege, toen de gekkigheid begon met Adele’s 'Hello'. De vijf kernleden staan met felgekleurde pvc-buizen uit de kinderwinkel te zwaaien alsof het hun piemels zijn, en zelfs de mensen die verveeld in het gras hangen rechten toch even de nek om te zien wat hier gebeurt. Tot dat moment was het allemaal nogal gewoontjes: een Pharrell-cover, een stel hypervrolijke folkpopsongs, een grote trom met een rookmachine erin, maar na 'Hello' krijgt elk liedje een eigen choreografie.

Het publiek: Je zal hier maar staan met je Rammstein shirt, wetende dat je ook het vrolijke Doe Maar nog voor de boeg hebt. Maar er zijn ook fans hier, mensen die de broodkruimeltjes die Walk Off The Earth de hele show al neerlegde gretig verorberen. Al bij het tweede nummer teasen ze namelijk de euforische afsluiter, het lijflied: 'Sing It All Away'. Dat is het idee: zingen, lachen, dansen, en al je problemen vergeten. Het is een ijzersterke slogan, die door het enthousiaste publiek nog een tijdje doorgezongen wordt als de band al weg is.

Het oordeel: Gezellig hoor, maar wij zien toch liever een wasbeer op een fiets.
Bron:
VPRO 11 juni 2016 door Atzede Vrieze / Video: Jean Wertz



The Sore Loser
Bron:
... 11 juni 2016 door / Video:


Lucas Hamming
Een singer-songwriter die je vast en zeker al wel eens voorbij hebt zien komen bij De wereld draait door. Eind vorig jaar kwam zijn debuutplaat HAM uit. Daarop vind je zeker geen gezapige trage gitaarliedjes. In tegendeel, het staat vol flinke rocktracks. Oké, hier en daar een dromigere synthesizer, maar over het algemeen houdt Hamming van het stevige werk. Nu is het dan eindelijk tijd om langer dan één minuut te spelen voor het grote publiek.

Het nummer: Hoewel Lucas Hamming en band van begin tot eind alles blijven geven, is toch echt het einde van de de show het grote hoogtepunt. Tijdens 'Mojo Mischief' komt alle energie die de band heeft opgewekt tot uiting. Zowel voor het publiek als de muzikanten zelf. Een track die het reportoire van Hamming in het kort samenvat. Krachtig gitaarwerk en samenspel die ervoor zorgen dat geen enkele bezoeker blijft stilstaan. Ook nodigt hij geheel onverwacht een jeugdvriend uit die trompet speelt over de stevige rocktrack. Het is het laatste nummer van de set en je ziet aan Hamming dat hij eigenlijk nog wel even door wil gaan. Dit is het moment waar hij zo lang naartoe gewerkt heeft en hij grijpt zijn kans om te laten zien wat ze waard zijn. Als het laatste akkoord is aangeslagen, zie je het geluk in zijn ogen.

Het moment: Hamming pakt zijn kans. 'Weet je wat ik dacht toen ik gisteravond in mijn bed lag? Aan hoe het eruit zou zien als ik hier stond. Kom op jongens, dragen jullie me naar de mixtafel?' Iedereen snelt zonder te twijfelen richt de zanger om hem op handen te dragen, want iedereen gunt hem dit moment. Ondertussen speelt de band door en Hamming komt langzaam maar zeker aan bij de mixtafel midden in de tent. Nadat hij het podium weer opspringt, kan het concert niet meer stuk. Het zijn dit soort acties waardoor Hamming zichzelf als een ware rockster neerzet.

Wat verder opviel: Het enthousiasme waarmee deze gasten op het podium staan. Het mooie is dat Hamming en zijn band zich niet laten inpakken door het publiek, maar juist de kans zien om het enthousiasme om te zetten in een strakke show. Hoe verder in de set, hoe meer je ziet dat het besef doordringt dat ze op Pinkpop staan en je ziet zowel Hamming als zijn gitarist kijken alsof ze het bijna niet kunnen geloven. De kracht van deze show zit hem in de combinatie van de oprechte indruk die ze achterlaten en de muzikale kwaliteiten van de band.

Het publiek: Mede door het oprechte voorkomen van de jongens krijgt de band het publiek helemaal mee. Het werkt zeer ontwapenend. Iedere vraag om interactie wordt dan ook gretig beantwoord door het publiek. Van het Hammings verzoek om te crowdsurfen tot het meezingen van de koortjes, iedereen doet met veel plezier mee. De energie van de band slaat eigenlijk vanaf minuut één over en is voelbaar door heel de tent. Een nieuwe Nederlandse rockster lijkt geboren.
Het oordeel: De muziek van Hamming is overweldigend, maar mist af en toe nog een eigen signature. Wat deze show zo indrukwekkend maakt is voornamelijk de overtuigingskracht van de frontman en zijn bandleden. Af en toe doet de muziek denken aan Jett Rebel, maar dan op steroïde. Energiek, opzwepend, dansbaar, maar natuurlijk een heel stuk ruiger. Ook een belangrijk punt, Hamming is nergens bang voor en doet gewoon waar hij zin in heeft, zonder dat het arrogant overkomt. Het zit hem bij Hamming in de details. Speciaal voor deze show heeft hij een roze Pinkpopgitaar laten maken, waarop hij het laatste nummer speelt. Na de show bedankt hij nogmaals het publiek voor de oververgetelijke ervaring. Hij loopt richting het publiek en geeft de gitaar aan een jonge fan. Karmapunten +10 voor de onvergetelijke indruk die deze jonge gasten achterlaten.
Bron: VPRO door Flip Kloet



Halestorm
Die Lzzy Hale (inderdaad, zonder i) is al net zo'n typische verschijning als de rest van de band: leren jekkie met studs, zo'n puntige Gibson Explorer-gitaar met gouden slagplaat en een muil die zich elke uithaal verder open lijkt te rekken. De gitarist naast haar – type druipsnor en pilotenzonnebril – gooit zeker zes plectrums het publiek in met een schwung alsof het piepkleine frisbees zijn. Maar daar gaat de drummer gemakkelijk overheen, hoor: hij smijt zelfs twee afgeragde drumvellen het veld in (zou iemand zo gek zijn daarmee rond te zeulen over het festivalterrein?) en maakt er een kunst van z'n stokken zo vaak en hoog mogelijk in de lucht te slingeren en weer op te vangen.

Het nummer: Door al die trucs zou je bijna vergeten dat Halestorm best wel sterke hardrocksongs maakt, die het midden houden tussen Creed en Guns 'n Roses. Dweperig en niet al te smaakvol, maar uitermate geschikt voor het grote publiek. Single 'Love Bites (But So Do I)' won een Grammy, maar eigenlijk valt slotnummer 'I Miss The Misery' vandaag nog beter: de gouden hook in het refrein had van Nickelback kunnen zijn, maar dan met een tekst waar Avril Lavigne jaloers op zou zijn: 'I miss the phone calls when it’s your fault, I miss the late nights, don't miss you at all!' Heftig, man.

Het moment: Nog even over die drummer, hè? Als je denkt dat hij alle trucjes wel uit de kast heeft gehaald – inclusief belachelijke drumsolo waarin hij ook knipoogt naar AC/DC, Guns 'n Roses en Papa Roach – steekt hij een stok tussen z'n tanden, om hem op het juiste moment anderhalve meter omhoog te spugen en weer op te vangen. Chapeau, hoor. Hoe lang zou daarop zijn geoefend voor de spiegel?

Wat verder opviel: 'Do you want me? Do you want me to get real loud?' gilt Lzzy Hale halverwege de set, om vervolgens een nummer in te zetten met het refrein: 'Hallelujah motherfucker take me to church.' Een paar liedjes later zingt ze weer over een kerk, en vraagt ze zelfs om een amen. Is dit een relirockband, net als Skillet later op de dag? Nee, toch niet, ze gebruikt het geloof hoogstens als metafoor voor vieze seks.
Het publiek: Dat laat zich door die boodschap gelukkig niet op het verkeerde been zetten: elke song weer worden de knuisten gevouwen met de wijsvinger en pink omhoog, om het satansgebaar te maken. De vele Rammstein-fans op het veld laten zich het eerste pintje ondertussen goed smaken en brullen maar al te graag met Hale mee.
Het oordeel: Een eigenlijk vrij normale volwassen vrouw die zingt dat ze zo'n ontzettende feak is, die blèrt dat ze zo verveeld is als een tiener en de drang voelt om wat mayhem te schoppen... Tja, nou, pfoeh. Het is nogal verleidelijk om het clichématige Halestorm te haten, maar dit was gewoon een goeie over-the-top rockshow die Pinkpop best kon gebruiken op een wat saai begin van de Rammstein-dag.
Bron:
VPRO door Flip Kloet / Video: Jean Wertz



James Morrison
James Morrison speelde jarenlang nummers van andere artiesten tot hij in 2006 wist door te breken met de ballad 'You Give Me Something'. Met zijn kenmerkende hese stem (door een kronkel in zijn stembanden) heeft hij sindsdien vele pophits gescoord zoals 'Wonderful World' en 'Broken Strings' met Nelly Furtado. Live brengen vooral de twee achtergrondzangeressen een extra dosis soul in de mix.

Het nummer: Het kan niet anders of James Morrison is een perfectionist van de bovenste plank. Iedere song tot de puntjes verzorgd, de outfit van zwarte jeans met wit shirt eenvoudig, maar van kwaliteit en de band uitmuntend, maar zeker niet op de voorgrond. Met een stapel platina platen aan de muur thuis is het gemakkelijk om te vervallen in routine, maar in die valkuil trapt James Morrison niet. Alles klopt zonder dat hij overmatig het publiek probeert op te hitsen. Natuurlijk is Nelly Furtado niet aanwezig voor haar deel van het duet van 'Broken Strings', maar achtergrondzangeres Stephanie vervult die rol met verve, waardoor ze samen meer kippenvel veroorzaken dan bij dat oh zo mooie maar toch plichtmatig aanvoelende 'You Give Me Something'. Wat ook niet meehelpt is dat tegen die tijd iedereen zich af staat te vragen waar in de tas de poncho’s ook alweer zaten omdat de lucht achter het podium in rap tempo betrekt.

Het moment: Je kunt 'm van kilometers aan zien komen, 'You Give Me Something.' Als één na laatste nummer is het een uitgelezen liedje voor stelletjes: even knuffelen. De regisseur die de grote schermen bedient, schakelt midden in het liedje naar een hippiestel op leeftijd die zo innig staan te knuffelen dat het een collectief 'aaaaah' uitlokt bij het publiek. En dan die verschikte blik als ze in de gaten krijgen dat ze op het scherm zijn: goud.

Het publiek: Man, vrouw, oud, jong… als er honden toegestaan zouden worden op het terrein, zouden die ook best bij James Morrison een kuil in Jan Smeet’s z'n minutieus verzorgde gras willen graven. De Rammsteinfans schuiven alvast aan in het voorste vak naast de feestende vriendinnengroepen die voor het eerst samen naar een festival zijn. James Morrison kan iedereen wel pruimen en dat is tegelijk zijn sleutel voor succes.
Het oordeel: Dit is de derde keer dat James Morrison speelt op Pinkpop, de laatste keer was in 2012 bij zijn vorige album. Hij heeft in de tussentijd vier jaar tijd voor zichzelf en zijn dochter genomen. James Morrison hoeft niets meer te bewijzen, maar gooit er zeker niet met de pet naar. Dat maakt het een prettig concert om bij te wonen. Een show voor alle leeftijden, een show die niemand voor z'n schenen schopt, gewoon good fun. En het het bleef nog droog ook.
Bron:
VPRO door Roosmarijn Reijmer / Video: Jean Wertz



Parquet Courts
Parquet Courts bestond nog niet eens heel lang toen ze in 2011 met hun geprezen debuutalbum kwamen. Misschien is dat juist hun kracht. Rauwe postpunk, niet geremd door artistieke pretenties. Gewoon zo snel mogelijk een idee in een liedje persen en dan weer door naar de volgende track. Dat een keer of elf, en er is weer een album af. Zo simpel is het natuurlijk niet, maar zo direct klinkt het allemaal wel.

Het nummer: Gedurende de set Lijken ze elkaar steeds wat meer op te fokken. De tweede zanger komt steeds iets minder nonchalant over, de drummer raakt ze beter, de bassist ramt wat harder. In slotnummer 'Black and White' komt dat allemaal samen, en schroeven ze het tempo in het nummer zelf ook verder en verder op. En net op het moment dat je echt denkt dat het gebeurt, is het klaar.

Het moment: Na drie nummers kijkt zanger Andrew Savage al het publiek in. 'Hey, als jullie je vervelen; daar zijn de winkels, daar kun je ook heen.' De mannen hebben best door dat ze hier een beetje misplaatst staan. En het interesseert ze werkelijk helemaal niks. Die halflege Stage 4 mag best nog leger hoor.

Het publiek: Er zijn niet echt veel mensen in Stage 4. Best weinig zelfs. En er lopen ook behoorlijk wat mensen weg. Maar ach, dat hoort ook wel een beetje bij zo'n band als deze.

Het oordeel: Slecht geluid, een lege tent, ietwat ongelukkige boeking, een net te nonchalant begin, een zanger die nog even een deel van het publiek wegstuurt, contant ongemakkelijk over het publiek heen kijkt en elke zin gekweld uit zijn tenen moet trekken. En tóch was het goed. Eindelijk schuurt er iets op de goede manier. Geen eindeloos doorgesproken show, geen enorme productie, geen matchende outfits. Gewoon vier lelijke gasten op een podium, die staan te zweten en ploeteren en naarmate de set vordert steeds feller worden. Daarbovenop hebben ze ondertussen bijna alleen maar goede songs. De ene keer bijtend, de andere keer verveeld, soms woedend, en af en toe zelfs met bijna iritant scheve riffs. Zodra de laatste noot gespeeld is, direct van het podium aflopen. De tourbus in naar de volgende show.
Bron:
VPRO 11 juni 2016 door Ralph-Hermen Huiskamp / Video:


Matt Simons
Sorry, had je even gemist dat Bing in een coma was beland? Dan kijk je zeker zelden naar GTST? 'With You' van Matt Simons belandde in 2013 plotseling onder een schokkende sleutelscène van de oer-Hollandsche soap. Het nummer, een nogal droevig fluisterliedje à la David Gray, sloeg aan in Nederland en werd een plotse hit. Sindsdien is Simons niet meer weg te slaan uit ons landje: hij bracht met Marco Borsato een liedje over euthanasie uit (hij speelt het vandaag in z’n eentje), deed een flink stel clubtours en staat vandaag zelfs met een stel Nederlandse sessiemuzikanten op het podium. Zelf zit hij behoorlijk gedwee achter zijn piano, met rijmelarij die zelfs de simpelste tiener kan begrijpen: 'Hate to see you cry, today we say goodbye.' Even later: 'Dit is een van mijn liedjes over sterven, ik weet ook niet waarom die zo aanslaan in Nederland.'

Het nummer: Af en toe masseert Simons de traanklieren zo heftig dat je er een beetje misselijk van kunt worden. Tussen al die droefheid is slotnummer 'Catch & Release' een nogal vrolijke noot. Ook dat nummer werd eerst een hit in ons land, waarna het Nederlandse dj-duo Deepend er een remix van maakte die ook een Europese monsterhit werd. Simons begint hem vandaag in z’n eentje, ukelele in de hand en een glimlach van oor tot oor. Al gauw valt tóch die beat in. Het klinkt als Coldplay anno Parachutes in de minst geïnspireerde deephouse-remix, maar is tenminste een lekker opzwepend einde.

Het moment:'Opzwepen, dat is sowieso wel een goed idee,' lijkt Simons te hebben gedacht. Hij pakt al gauw een saxofoon ter hand (!) voor een extreem gedweeë solo die dan ook nog eens overgaat in een bijzonder suffe versie van 'Sweet Home Alabama'. Richting het einde van de set komt er ook nog eens een gezichtsloze gitaarsolo. En dan een bassolo. Oh god, ze gaan toch niet het hele rondje af? Jawel, inclusief saxofoonsolo, toetsensolo en een slaapverwekkende drumsolo. Het is bijna knap hoe nietszeggend dit is.

Wat verder opviel: Maar wacht: wanneer hij de band voorstelt, blijkt het Joost Kroon op drums te zijn. Joost Kroon, de drummer die gerust in Slayer-shirt komt aankakken wanneer hij met Benjamin Herman in een sjieke jazztent speelt en ook bij Kane (!) keihard rockte. Het is toch een misdaad om die man zo saai te laten spelen.

Het publiek: Een forse man met Rammstein-shirt – meegesleept door z'n vrouw? - staat een potje ontzettend te balen. Een meisje naast hem draagt een Will and the People-tasje (nog zo’n band die het vooral in Nederland heeft gemaakt). Aanvankelijk puilt de tent uit van de enthousiaste fans, die halverwege de set allemaal met tranen in de ogen 'With You' meeneuriën. Daarna druipen veel van hen toch af.
Het oordeel: De sound klopt, Matt Simons is een sympathieke gast bovendien, maar dit is ook zo saai en middle of the road dat je er spontaan van in een coma zou belanden. Dat hebben ze bij GTST dan wel weer goed gezien.
Bron:
VPRO 11 juni 2016 door Timo Pisart / Video: 3voor12


Skillet
Hè hè, eindelijk klinken de zware gitaren op Pinkpop. Oké, het is tot nog toe de omavriendelijke en vloekvrije variant, maar dat mag de pret bij Skillet zeker niet drukken. De Amerikanen onder leiding van echtpaar John en Korey Cooper laten ons geloven op de 3FM Stage dat we nog in de hoogtijdagen van de nu metal verblijven. De tijd dat we met z'n allen geen genoeg kregen van Limp Bizkit, Papa Roach en Evanescence.

Boodschap Goed, de band komt zelf ook uit die tijd en kan tot op de dag van vandaag in de VS rekenen op een grote schare fans. Dat heeft het kwartet vooral te danken aan de boodschap in alle teksten: geloof in jezelf, geloof in hoop en vooral ook in liefde. Uiteraard predikt Cooper die boodschap ook op Pinkpop te over.

Praatjes Niet alleen als hij zijn liedjes zingt en zijn stem bijna aan gort schreeuwt, maar ook in zijn vele praatjes met het publiek. Cooper loopt over van dankbaarheid en belooft vaker naar Nederland te komen, omdat hij nauwelijks kan geloven hoe massaal het publiek is toegestroomd voor de band.
Gas terug Dat publiek krijgt wat het kan verwachten: nu metal die snoeihard en tegelijkertijd uiterst melodieus en gelikt is. De Coopertjes weten bovendien precies wanneer ze even wat gas terug moeten nemen en moeten zorgen voor een kort momentje zwijmelen, maar nooit te lang, want de gitaren moeten raggen, maar wel zo dat oma het dus ook nog trekt.
Bron:
L1 11 juni 2016 door Eric Seuren

Zo, na die opening zijn alleen de oprecht geïnteresseerden over. En als je van die twee dingen schrikt, hoef je ook echt niet verder te lezen. Voor de overgeblevenen: Skillet dus, een punkpopband met een grootse sound, gerund door John Cooper en zijn vrouw Korey. Ze werden groot in de christelijke rockscene in Amerika en bestaan al sinds de jaren negentig. Ze baarden samen maar liefst negen albums, zijn hoogzwanger van de tiende, en spelen daar al een paar nummers van.

Het nummer: Even voor de goede orde: de echtgenote van John is dus die oudere jongere met het paarse haar links op gitaar, en niet de drumster waarmee ie vocaal voortdurend flirt. Die drumster doet alle backing vocals, en op een gegeven moment gaan ze zelfs even samen applaus vangen op de rand van het podium. Als dat maar goed gaat, ben je geneigd te denken. Voor het geluid is die mannelijke stem met vrolijke ondersteuning cruciaal. Het maakte de stevige rocksongs lekker toegankelijk, soms zelfs flink mee te brullen. Het best gaat dat op Monster, een single uit 2009. En zo zitten er wel meer pakkende punkpopsongs tussen, zoals Rise en Alive & Awake. In Sick Of It stelt Skillet meteen alle slechte dingen in de hele wereld aan de kaak, van eenzaamheid tot depressie.

Het moment: Het belangrijkste special effect dat Skillet tot zijn beschikking heeft is een elektrische cello, die niet al te hard te horen is, maar wel te zien. Een headbangende cellist die van links naar rechts over het podium stuitert, waar zie je dat!? Hij is er al aan het begin voor een soort ouverture, en gedurende de show keert hij steeds terug.

Het publiek: Hoeveel mensen zien Skillet voor het eerst, wil John Cooper weten. Nou, dat zijn er heel veel. Om dat gevoel te bevestigen vraagt ie ook nog even wie ze eerder zag, en dat blijkt inderdaad maar een handvol. De zanger blijft maar roepen dat ie ons prachtig vindt, wat ongetwijfeld te maken heeft met de opvallend grote opkomst voor deze show.

Het oordeel: Het was misschien een beetje flauw om te beginnen met een sneer over de EO Jongerendag. Twee weken geleden stonden we op dancefestival Lente Kabinet immers nog te juichen voor een gospeltrack van The Joubert Singers. Meer praise dan dat wordt het niet. Bovendien, in het geval van Skillet lijkt het een voordeel te zijn dat ze al die tijd in de luwte van een afgeschermde scene hebben kunnen groeien. De vruchten van jarenlang hard werken zijn nu rijp: John Cooper is helemaal niet zo’n goede zanger, het bandgeluid is redelijk standaard en de teksten zijn een beetje simpel, maar Skillet staat hier toch echt als een bovengemiddeld goede band het veld in te pakken. Wat dat betreft staat deze band op een bizar kruispunt: hun tiende plaat zou zomaar voor een doorbraak kunnen zorgen in Nederland. Hier gaat ongetwijfeld een succesvolle clubshow op volgen.
Bron: VPRO door Atze de Vrieze / Video: Figure It Out


Lianne La Havas
Niet alleen haar uiterlijk maakt indruk, ook haar heldere stem en zelfverzekerde kalmte zijn bijzonder. Je moet maar durven op een veld vol wachtende Rammstein-fans met zulke delicate softsoul aankomen, maar La Havas is voor de duvel niet bang. In korte tijd bracht ze twee albums uit die haar een trouw publiek opleverden. Maar is dat publiek ook hier?

Het nummer: Meteen al aan het begin speelt La Havas het mooie 'Green & Gold', een ode aan haar verwarrende afkomst: een Jamaicaanse moeder, Griekse vader en een jeugd in Zuidwest-Londen. Ze kijkt in de spiegel, observeert haar eigen neus (ja, echt) en stelt zichzelf hardop de vraag: wie ben ik nou eigenlijk?

Het moment: Na haar fraaie solo 'Say A Little Prayer'-cover gaat het even helemaal mis met de gitaarwissel. De verkeerde. En nog eens de verkeerde. Dat is eigenlijk wel lekker, want dat geeft de zangeres de gelegenheid ons haar grootste lach te tonen, en het breekt de serene spanning een beetje. Aan het slot van de set zit nog een muzikale dissonant met het overstuurde 'Never Get Enough'. Dat is echt nodig, want de zangeres leunt vaak wel erg comfortabel naar achteren.

Wat verder opviel: Een van haar twee radiohits, 'What You Don't Do', ontbreekt op de setlist. Huh?
Het publiek: Nee, het publiek van Lianne La Havas is niet hier. Het voorste vak is niet meer zo leeg geweest sinds de Pixies hier afgingen. Toch is het hier nu niet gênant. De aanwezigen laten zich zachtjes strelen, geven de benen even rust. Zelfs pal voor het podium zijn mensen gaan zitten.

Het oordeel: Toch had Lianne La Havas natuurlijk veel beter in de tent kunnen staan, waar je net wat makkelijker intimiteit kunt creëren en waar het publiek wat meer toegewijd is. Lianne La Havas is een bijzonder charmante zangeres met een heel sterke stem, maar ze is muzikaal nogal voorzichtig, en dat past op een dag als vandaag niet zo. Hier heeft ze een handvol zieltjes gewonnen, maar dat had een tent vol kunnen zijn.
Bron:
VPRO door Atze de Vrieze / Video: Jules Stuyt


Lucky Fonz III
Tien jaar geleden alweer won Otto Wichers, alias Lucky Fonz III, de Grote Prijs van Nederland, die destijds nog wel wat aanzien had. Wat toen een pose was, is nu een vak, zoals hij zelf zingt. In je nakie is inmiddels alweer zijn zesde album. Op het podium weet de Nederlandstalige singer-songwriter met minimale middelen als een akoestische gitaar en een elektrische piano het maximale effect te bereiken.

Het nummer: Afsluiter 'Linde met een E'. Dat wordt uit volle borst meegezongen, woord voor woord. Nooit een officiële hit geweest, maar hij zit al gebeiteld in het collectieve muzikale geheugen.
Het moment: Een ludiek spandoek in het publiek: 'Wij hebben met je moeder gedanst.' Lucky Fonz herinnert zich het voorval nog, al leest hij voor 'gedanst' eerst 'het met je moeder gedaan'. Zijn moeder moet haar vinger opsteken, zodat haar fans haar ook hier kunnen verrassen.

Het publiek: Zingt, kijkt, huilt, drinkt, lacht, ouwehoert en bewondert. En gaat in op de suggestie van Lucky Fonz om zo hard mee te zingen dat de andere tenten er last van zouden kunnen hebben.
Het oordeel: Zeilmeisjes, knaagdieren en huichelachtige sporters die zich opeens voor de buurt inzetten om wat terug te doen, krijgen er flink van langs in de teksten van Lucky Fonz. Ook al lijken zijn liedjes soms op het randje van kinderachtig, toch weet hij er toch altijd wel een boodschap in te fietsen. Ook al is het zoiets lulligs als ‘Het leven is al zo kort, dus laten we seks hebben, en wel snel een beetje.’ Maar aan de andere kant is hij doodserieus over de kans om opgeblazen te worden in zijn liedje 'Leugens', ‘geschreven tussen twee aanslagen.' Zo krijg je een stukje zingeving mee op de vroege zaterdagavond. Tel daarbij op dat hij van alles drie keer amusementswaarde weet te maken. Dan borrelt er een idee op. Vaak zijn de verplichte liedjes de plaspauzes bij Oudejaarsconferences, hier is het precies omgekeerd. Ik teken ervoor, Lucky Fonz III voor Oudjaarsavond 2017. Petitie starten?
Bron:
VPRO 11 juni 2016 door Menno Visser


Nothing But Thieves
Nothing But Thieves is een van de aanstormende nieuwe bands van Pinkpop 2016. Frontman Conor Mason merkt zelf even terloops, quasi-ongelovig op hoe hard het is gegaan: 'Een jaar terug stonden we nog in een zaaltje van honderd man in Amsterdam, en nu staan we hier.' Muzikaal is het vanwege Masons hoge uithalen het best te vergelijken met Muse, of denk aan wijlen Jeff Buckley met een van-dik-hout-zaagt-men-planken-rockband achter zich.

Het nummer: Dat is een makkie: 'Trip Switch' is vooralsnog dé hit van Nothing But Thieves: sterke riff, groots refrein, veel dynamiek. En dat slaat meteen over: woord voor woord wordt het meegezongen door de tent, en als Mason het even stil laat vallen, neemt het publiek het volledig over. Echt zo’n moment van collectieve euforie dat deze Pinkpop-zaterdag heel goed kon gebruiken. Slim genoeg bewaart Nothing But Thieves hem niet tot helemaal op het laatst, maar ongeveer op driekwart. Zelf weet de band ook dat het zo’n sterke song is dat ze er het laatste kwartier wel op kunnen teren: het publiek vindt inmiddels álles wat op het podium gebeurt geniaal.

Het moment: Een van de redenen dat Nothing But Thieves 'Trip Switch' wat langer bewaarde, is dat het middenstuk van de set niet zo sterk staat. Daarvoor heeft de band (nog) niet genoeg goede songs. Maar daar is nóg iets op gevonden: een cover van Pixies 'Where Is My Mind'. Alle Fight Club fans worden natuurlijk meteen gek. En de band speelt die song beter dan we Pixies zelf in lange tijd hebben zien doen. En bovendien véél beter dan veel andere bands (kuch, Kings of Leon) die het nodig vinden dit nummer te coveren. Het perfecte nummer voor Mason ook eigenlijk, die met zijn enorme bereik Kim Deal en Black Francis in één is.

Wat verder opviel: Eigenlijk is die hele frontman Conor Mason opmerkelijk. Een vreemd, klein mannetje lijkt het in eerste instantie, maar wát een strot trekt-ie steeds open. Bovendien heeft hij ondanks zijn gestalte ook een podiumuitstraling van jewelste en is hij niet te beroerd het publiek even in te springen. Voortaan wel die frontstage wat beter gebruiken, want die vergroot nu alleen maar de afstand tussen publiek en band. Maar goed, zo veel grote shows hebben ze nog niet gedaan, dus er valt nog een hoop te leren.

Het publiek: is al snel overal voor in. Het middenstuk is als gezegd een klein inkakmomentje, maar na 'Trip Switch' kan Nothing But Thieves eigenlijk niets meer fout doen. Bij elk snel nummer gaan de armen gelijk de lucht in, en sentimentele ballade 'If I Get High' wordt ontvangen in een zee van telefoonlicht. Mooi om te zien hoe zo’n splinternieuwe band al door zo’n groot festivalpubliek wordt omarmd.

Het oordeel: Het is makkelijk woordgrappen te maken over Nothing But Thieves: het Pink Floyd-shirt dat Mason draagt, die Pixies-cover, het geluid dat wel erg sterk aan Muse doet denken… maar dat zou Nothing But Thieves te kort doen. Op plaat klinken ze wat al te gladjes voor een rockband, maar met deze show is heel weinig mis.
Bron:
VPRO 11 juni 2016 door Sjoerd Huismans / Video:


De Staat
Een paar jaar geleden waren ze er opeens, De Staat. Stevige woestijnrock, met soms een voorzichtig catchy haakje. Die haakjes werden uitgebouwd tot echte hooks, funky riffjes, steeds iets meer lagen. En daarmee werden ze ook steeds groter. Intussen toeren ze Europa door als voorprogramma van Muse, verkochten ze dit jaar al hun shows in Nederland uit en gaan ze de HMH doen. En dit weekend dus twee keer een groot podium van Pinkpop.

Het nummer: Tja, uhm. Laten we elkaar geen mietje noemen. Gewoon 'Witch Doctor' natuurlijk. Gisteren zag je mensen buiten de tent al naar hun telefoon grijpen en elkaar vertellen hoe vet het wel niet zou gaan worden. Nu weet iedereen het en wie er niet bij was, heeft ongetwijfeld gehoord wat er gaat gebeuren. Zodra Torre naar de rand van het podium stapt, beweegt het veld massaal naar het midden toe om de kring om de shamaan te bewegen.

Het moment: In veel van de nummers van De Staat zit een zekere dreiging. Het is soms net een beetje ongemakkelijk, er wordt net iets te hard gebeukt. In 'Help Yourself' komt dat op een climax. Torre meet zich een manisch karakter aan, filmt zichzelf van net te dichtbij. Meteen daarna laten ze eindelijk lucht in de set, met 'Get on Screen'. Dan merk je opeens hoe goed de set eigenlijk in elkaar steekt.

Wat verder opviel: Ergens op het veld staat een dronken man mee te zingen, zonder de nummers te kennen en vanaf het eerste nummer 'We want more!' te scanderen. Hij lijkt echt fan. 'Wa benne ge allemaal aan het doen jo,' vraagt een van zijn vrienden hem, 'Gisteren wist je niet eens wie De Staat was, wilde je gaan slapen.' Zo snel kan het gaan. Eén show zien, en meteen de allergrootste fan.

Het publiek: Het is volle bak bij het 3FM podium. 'Yeeeeees, nog een keer!' smst een vrouw met een foto naar vrienden thuis. Een groot deel van de mensen die de show vrijdag zagen, staat er nu weer. En ze hebben flink wat versterking gekregen.

Het oordeel: Laat je niet foppen door die ene popband uit Utrecht waarvan wel eens gezegd wordt dat ze de grootste rockband van Nederland zijn. De grootste rockband van Nederland van dit moment is De Staat. Na twee van zulke optredens op Pinkpop is daar geen twijfel meer over. En ze zijn de beste vriend van Pinkpop. Voor de bezoekers die het twee keer kunnen zien, en voor de organisatie omdat ze het gemis van Ghost ruim opvangen.
Bron:
VPRO 11 juni 2016 door Ralph-Hermen Huiskamp / Video: Jean Wertz



Doe Maar
'Ouderwets sterk'
Het is wel een beetje raar, 32 jaar. Nou ja, 33 om precies te zijn sinds de laatste keer dat Doe Maar op Pinkpop speelde. Toen werden de bandleden nota bene met appels bekogeld. Deze zaterdagavond is dat heel anders.
Blazers Tijdens het uur durende optreden omarmt het publiek een van de succesvolste Nederlandse acts ooit. Doe Maar weet dan ook heel goed wat het doet, door alle bekende liedjes te spelen en dan ook nog eens heel mooi opgepoetste versies mede dankzij de bewonderenswaardige blazerssectie.

Meezingen
Wat vooral nog eens opvalt is het belang van de band voor de Nederlandse muziek en de bekendheid. Zelfs als je nog niet eens geboren werd toen de band op zijn hoogtepunt was kun je met gemak bijna alle liedjes woordelijk meezingen. Wat de junioren op het veld dan ook graag doen.
Zuinig De band blaakt van zelfvertrouwen, hoewel Henny Vrienten wel erg zuinig is in het aanspreken van het publiek. Op een paar woorden na lijkt hij het allemaal wel best te vinden. Laat zijn nummers maar voor hem spreken. Het muziek maken bevalt hem hoe dan ook nog prima, zegt hij, het voelt voor hem 'net als vroeger'. De groep grijpt daarom graag terug op de successen uit het verleden. Van Okee (Geef mij dan er maar twee) via 32 jaar (Sinds een dag of twee) en Alles gaat voorbij naar Doris Day, Belle Helene en het nu extra dansbare Smoorverliefd.
Mottenballen Gelukkig duikt tussendoor Joost Belifante (69) op, volgens Vrienten 'uit de mottenballen gehaald', om Nederwiet te zingen. Het nummer waar toen niemand verontwaardigd over leek, in tegenstelling tot de recente ophef over Drank & Drugs van Lil'Kleine en Ronnie Flex. De goedoplettende regisseur zorgt er natuurlijk voor dat we op de schermen vooral veel blowende bezoekers zien.

Het mag duidelijk zijn: Doe Maar maakt het deze avond meer dan waar. Dat belooft veel goeds voor de concerten van dinsdag, woensdag en zaterdag in de Ziggo Dome. Doe Maar Doorgaan Dus.
Bron:
1Limburg 11 juni 2016 door Ruud Maas / Video:


Bazart
Indie muziek gezongen in het Vlaams, het was er lange tijd niet, maar daar is nu verandering in gekomen door de Antwerps-Gentse band Bazart. In het kielzog van de succesvolle Vlaamse Engelstalige band Oscar & The Wolf maken ook zij sfeervolle synthpop met hier en daar een beat. Met 'Goud' hadden ze dit jaar overdag al airplay op 3FM.

Het nummer: Toch wel 'Goud', helemaal aan het eind van de set. Dan gaan de telefoons voor de Snapchats omhoog en wil men op commando wel springen.
Het moment: Er gebeurt eigenlijk weinig opmerkelijks, totdat zanger Mathieu Terryn bekent: 'Blij dat jullie bij ons staan. Wij hadden ook graag naar Doe Maar gegaan, maar dat gaat niet helaas...'

Het publiek: Wanneer aan het begin de presentator vraagt hoeveel Vlamingen het publiek telt, gaan er opmerkelijk veel vingertjes omhoog; Bazart is in Vlaanderen al een redelijk grote naam aan het worden door de singles 'Goud' en 'Tunnels', die veel gedraaid worden op Studio Brussel, de evenknie van 3FM. En het Drielandenpunt is natuurlijk maar op een steenworp afstand van Landgraaf. Toch blijft de tent van Stage 4 het hele optreden maar voor de helft gevuld.

Het oordeel: Bazart zou op papier heel boeiend kunnen zijn. Aan de ene kant door de Vlaamse teksten, aan de andere kant door de combinatie van indierock met danceritmes. Maar op beide punten stelt de band teleur. De meerstemmigheid maakt de teksten nog slechter verstaanbaar voor een Nederlander. Verder hebben te veel nummers hetzelfde langzame ritme en dezelfde vibe. Daardoor zakt de zet van lamlendigheid als een plumpudding in elkaar. Ook een misplaatste cover van het van De Jeugd van Tegenwoordig’s 'Sterrenstof' kan daar geen verandering in aanbrengen, het nummer is ontdaan van iedere bite. Pas de laatste twee nummers hebben wat meer tempo. Deze gemissen zouden nog gecompenseerd kunnen worden door een boeiende voordracht, maar de zanger van Bazart mist het charisma van Max Colombie van Oscar & The Wolf. Dan wordt het helaas een lange zit.
Bron:
VPRO door Menno Visser / Video: 3FM Extra



Robin Schulz
Robin Schulz is een Duitse producer, vooral bekend van zijn hit 'Sugar', zijn remix van Mr. Probz’s 'Waves' en 'Prayer in C', een remix van Lilly Wood & The Prick. Die drie nummers zijn wel typerend: zomerse sfeer, gitaartje, soepele beat, hartstikke gezellig allemaal.

Het nummer: Die Mr. Probz-remix slaat Schulz vreemd genoeg over vanavond. Laten we dan maar voor 'Show Me Love' gaan, wéér zo’n zelfde gitaartje maar deze wordt gedaan met de zanger live op het podium. Eerder in de set werd ook al 'Sun Goes Down' met zangeres erbij gedaan. Dat maakt zo’n EDM-show toch een stuk minder statisch.

Het moment: Tja, welk moment niet? Lasers, CO2-kanonnen, confettikanonnen, confettikanonnen maar dan met van die slierten, handen in de lucht, ADHD-visuals: de hele show is één grote suikerkick.

Wat verder opviel: De tent is veel te klein voor Robin Schulz. Die hadden we toch niet helemaal aan zien komen. Al snel neemt het publiek dat nét buiten staat het heft in eigen hand: de langere bezoekers maken steeds meer flappen tentdoek los en houden ze omhoog, de kleinere Pinkpopgangers stromen snel naar binnen.

Het publiek: Mede doordat het zo ramvol staat en iedereen manieren probeert te bedenken om toch de tent binnen te komen, heerst er al snel een soort met-z'n-allen-gevoel. Al vanaf het eerste nummer heeft Schulz de hele tent in z’n zak. Dat gebeurt natuurlijk keurig volgens de normen die voor dit soort shows gelden: met zijn allen 'heeee-ooooh' roepen, fistpumpen, selfies maken terwijl je aan het fistpumpen bent, de hele show filmen, enzovoorts.

Het oordeel: Het heeft allemaal weinig om het lijf, maar niemand die erom geeft. Robin Schulz vult zijn eigen nummers aan met een flink arsenaal aan hits die je stuk voor stuk kan verwachten, van 'You Got The Love' (Florence + The Machine/Candi Staton) tot 'How Deep Is Your Love' (Calvin Harris, niet die van de Bee Gees) tot het flink wat steviger 'Space Sheep' (Oliver Heldens & Chocolate Puma). En hadden we het al gehad over de confettikanonnen? Wat wil een mens nog meer!
Bron:
VPRO door Sjoerd Huismans / Video: JasmineFanpage



Puscifer
Hoewel Puscifer klinkt als een band en ook met aardig wat mensen op het podium staan, is het in feite een soloproject. Van niemand minder dan Manyard James Keenan, het brein achter Tool en A Perfect Circle. Dan weet je al meteen dat je het toch wel serieus moet nemen en dat het trage, loodzware rock gaat worden met flink wat industriële en zelfs wat triphop-trekjes. En dat je het misschien niet helemaal gaat begrijpen.

Het nummer: Net als je na opener 'Telling Ghosts' besloten hebt dat het toch een serieuze show gaat worden, komen bij 'Gallileo' vijf extra artiesten op het podium. Vier met Mexicaanse worstelaarsmaskers, waarvan een met een cape, de twee vrouwelijke in best onpraktische worstelkleding en een als Spiderman. Echt waar. Kortsluiting in je hoofd. Helemaal als de worstelaars op twee trappetjes aan de zijkanten gaan lopen grooven, terwijl de band bloedserieus, in opperste concentratie trage industriële rock speelt. De teksten van Keenan worden aangevuld door een zangeres, die zo nu en dan haar melodieën om die van hem heenvlecht.

Het moment: De hele show is opgedeeld in meerdere acts. Die worden telkens aangekondigd door rondemissen op de led-schermen, waarna de visuals een thema kiezen. Dat kunnen slowmotion beelden zijn van een woestijn, popart-achtige animaties, een dreigend gezicht achter een rubber masker. Maar het zijn ook echt rondes waarin de worstelaars gaan vechten. Zwaar gechoreografeerd, in de ring die achter de drummer staat. Het ene moment hangt Spiderman in de touwen, het andere moment maakt hij een salto achterover en trapt hij twee tegenstanders knock-out. Geen klap is raak, geen trap echt. Het gaat allemaal retetraag, en toch is het dankzij de bloedstollende soundtrack van de band nog spannend ook.

Het publiek: 'Dit is zo mooi dat het pijn doet!' schreeuwt iemand vooraan grappend. Het is tekenend, want niemand lijkt helemaal te begrijpen wat ze ermee moeten. Een goed deel loopt ook weg, vast ook vanwege Rammstein dat meteen erna begint aan de andere kant van het Pinkpopterrein.

Het oordeel: Als je puur op de albumtitels af zou gaan, en op het visuele gedeelte van de show, zou je maar zo kunnen denken dat Puscifer een flauwe semi-ironische act is. Niet dus. Er zit inderdaad iets geks luchtig in, alsof Keenan het echt ooit als grap begonnen is, maar zo langzamerhand toch echt zijn ideeën kwijt kan dit zijproject. Het voelt op momenten nog steeds wat tongue in cheek, als er weer zo'n zware, trage gitaarriff door een nummer heendendert. Alsof dat een moetje is, even laten zien waar hij vandaan komt. En al helemaal als na al het geworstel er ook nog een robothanengevecht is op het podium.
Het valt simpelweg niet te begrijpen wat er allemaal op het podium gebeurt. Misschien is dat ook de bedoeling. Veel gekkigheid, zodat de die-hard Keemanfans hem er niet meteen op af rekenen als het wat minder goed is dan al zijn andere projecten. Een slimme manier om zichzelf wat lucht te gunnen en nieuwe dingen te proberen. Het werkt, want haast zonder dat je het doorhebt geeft Puscifer een van de meest indrukwekkende shows die Pinkpop dit jaar nog zag. Moet je je voorstellen hoe goed het zonder de gekkigheid zou zijn. Of misschien is het stiekem echt onderdeel van de hele ervaring. Geen idee, waarschijnlijk is de frontman met zijn rubbermasker en hanenkam de enige die het echt helemaal begrijpt vanavond.
Bron:
VPRO door Ralph-Hermen Huiskamp / Video: TLImusic



Noisia
Bron:
... 11 juni 2016 door / Video:


Rammstein
'Opgestaan uit de ruïnes, gelukkig voor mens en machine, haast u van heinde en verre. We zijn terug.' Het is de vierde keer dat Till Lindemann en zijn Teutonen voet zetten in Landgraaf, en ze komen op met een soort-van-nieuw-nummer: 'Ramm 4', dat op het refrein na een geniaal samenraapsel is van oude Rammstein-songtitels. Een ode aan het verleden, iets waarvan ’s werelds grootste industriële metalband op wel meer vlakken wordt beticht, zeg maar. Nog altijd ziet Lindeman eruit als een Germaanse beul van een mijnwerker, zijn kabels van armen gehavend en onder de modder. 53 jaar is hij inmiddels, en met de jaren gaat de angstaanjagende vermoeidheid waarmee hij rondmarcheert hem alleen maar steeds natuurlijker af. En tegelijkertijd is hij natuurlijk de spottende clown die zijn microfoon wellustig likt en af en toe mal over het podium zwiert, de man die Rammstein misschien nog wel harder uitlacht dan wij allemaal.

Het nummer: Waar hun vorige Pinkpop-show nogal leunde op laatste album Liebe Ist Für Alle Da, is dit weer een groteske parade van hits. Onwaarschijnlijk rave-anthem 'Du hasst' is dan de allergrootste van allemaal, over het gehele veld gebroederlijk meegebruld.

Het moment: Betere vraag: welk moment niet? Waarschijnlijk is er in de hele geschiedenis van Pinkpop geen act die zoveel pyrotechniek en stageprops meeneemt. Alleen al die setopening, waar de lucht áchter het podium in brand wordt gestoken en Rammstein uit het plafond komt neerdalen. Die bizarre vlammenwerpmaskers in 'Feuer frei'. Het moment dat Lindemann zichzelf bijna laconiek opblaast als zelfmoordterrorist, om een nummer later alweer te brullen dat hij toch niet zo'n zin heeft om aan z'n lul te zitten of hem ergens in te steken. In één kwartier Rammstein is er al evenveel te zien als in de hele laatste Star Wars-film. Wat dacht je ook van die toetsenist gekleed als gevangene met gagbal, die door Lindemann als sm-meester naar voren wordt gesleept, in een bak gegooid waarna hij vuur over de arme jongen uitstort? Die herrijst vervolgens weer in glitterkostuum, om de rest van de show op een loopband voort te ploeteren. Maar het monumentale en bijna ontroerende beeld van Rammstein dat eenieder in het geheugen wordt gegrift is het moment dat Lindemann weer de lucht in vliegt als brandende engel, zeker voor de mensen die Lindemann nog nooit aan het werk hebben gezien (en aan de vele jonge gezichten in het eerste vak te zien, zijn dat er nogal wat).

Wat verder opviel: In het toegift kleurt het podium plots blauw-wit-rood voor anti-VS-anthem 'Amerika', voor het eerst sinds tijden weer live gespeeld.

Het publiek: Hele volksstammen zijn aangerukt om Rammstein weer eens aan het werk te zien: het zijn vooral brede, al wat oudere mannen die uit alle macht de aderen in hun nek spannen terwijl ze die sloot aan hits meeschreeuwen. Maar zelfs het voorste vak is diverser dan verwacht, jochies van net 18 en piepjonge meisjes met chokers die de band nu voor het eerst ziet en zich laten overweldigen.

Het oordeel: Wat maakt het dat hele volksstammen zich herkennen in de militante muziek van Rammstein? Wat maakt dat ze daadwerkelijk worden ontroerd door Lindemann? Het is niet zozeer het pure machtsvertoon of die kleine knipoogjes naar het verleden, want uiteindelijk bezingt Lindemann toch vooral een vurig en universeel verlangen: het verlangen om erbij te horen, het verlangen om pijn te doen (uit liefde!) en vooral het verlangen naar de ander. Soms bijna zoetsappig (ja echt!), soms gewoon om 'm ergens in te steken. Hoe herkenbaar wil je het hebben? En dat verpakt in een sensationeel optreden dat belachelijk sensationele showelementen verenigt met bergen hits, humor en de mogelijkheid écht te raken. Het type optreden waarvoor je ieder jaar weer bereid bent om naar Landgraaf te komen.
Setlist: Ramm 4, Reise Reise, Hallelujah, Zerstören, Keine Lust, Feuer Frei!, Seemann, Ich Tu Dir Weh, Du Riechst So Gut, Mein Herz Brennt, Links 2 3 4, Ich will, Du Hast, Stripped, Toegift: Amerika, Engel, Sonne
Bron:
VPRO door Timo Pisart