45e EDITIE / 27e KEER IN LANDGRAAF
2014 Updated 31 december 2014
Datum: 7 t/m 9 juni 2014
Acts: zie programma  Info voor Landgraaf bezoekers

Locatie: Megaland Landgraaf / Kaart van gebied rond Pinkpop met afgezette gebieden, parkeerplaatsen en campings

Entree: 3 dagen met camping kost dit jaar € 175,00. losse dagkaart kost € 90,00 (v.v. prijzen incl. € 5,00 servicekosten).
De voorverkoop voor Pinkpop 2014 start 15 maart 2014 o.v.
Bestel je kaartjes via internet in Nederland, Koop je kaartje in ieder geval NIET hier.
Buro Pinkpop steunt de strijd tegen het doorverkopen van kaarten tegen woekerprijzen via de actie: weet waar je koopt.

Weer: heet, zonnig af een toe een plensbui
Toeschouwers: 60.000 totaal

Presentatie: Giel Beelen, Eric Corton en Marco Roelofs

BELANGRIJKE OPROEP:
Heb jij als pinkpopbezoeker mooie foto's gemaakt van de bands en artiesten,
en wil jij dat deze vereeuwigd worden op deze website verzoek ik je om op te nemen
BELANGRIJKE OPROEP!!!

Recencies zaterdag  Recencies maandag  Krantenartikelen  opwarmenStatistieken  Veel online videoclips  Veel foto's  Pinkpop foto's  Cultura24  Setlists

Campings leeg
De belangstelling voor de Pinkpop-campings is dit jaar matig te noemen. Andere jaren werd hoofdcamping A op de eerste festivaldag al voor tien uur gesloten omdat het terrein vol was, maar dit jaar was er rond het middaguur nog steeds voldoende plek. De camping is ieder jaar ingericht op de voetbalvelden van VV Schaesberg, vlak naast het festivalterrein in Landgraaf. Het gebrek aan kampeerders heeft zeer waarschijnlijk te maken met de komst van de Rolling Stones naar Pinkpop. De vaak wat oudere liefhebbers van die band hebben zich gretig op de toegangsbewijzen gestort toen die half maart in de voorverkoop gingen. Daardoor viste een groot deel van het vaste festivalpubliek achter het net.
En terwijl die vaste festivalgangers traditioneel gebruik maken van de spartaans ingerichte festivalcampings, lijken de Stones-liefhebbers die een ticket voor het hele weekend hebben gekocht te kiezen voor een hotel of andere slaapplek. Ook bestaat het risico dat er veel mensen zijn die een weekendkaart hebben gekocht, maar alleen op zaterdag naar Landgraaf komen. De kaarten voor Stones-zaterdag waren namelijk binnen luttele minuten uitverkocht, zodat veel Stones-fans alsnog een weekendkaart aanschaften.
Bij het opengaan van het festivalterrein namen veel Stones-fans ook alvast hun positie in vlak voor het podium, acht uur vóórdat de Rolling Stones daar hun optreden zullen doen. Vlak voor het podium is een afgeschermd gebied om te voorkomen dat er mensen in de verdrukking komen. Voordat de fans kunnen genieten van hun favoriete band moeten ze wel eerst nog luisteren naar Ed Kowalczyk, Flogging Molly en John Mayer. Ook moeten ze er rekening mee houden dat ook liefhebbers van die andere acts in het voorvak willen staan.
Bron: L1 7 juni 2014


Taymir
Het gaat het laatste jaar hard met Taymir, een jonge Haagse pop/rockband voortgekomen uit All Missing Pieces en The Consolers. Hun eerste single Aaaah wordt meteen 3FM Megahit, de Volkskrant tipt hen als de Nederlandse doorbraak rockband van het jaar, en 3voor12 roept hen uit tot een van de twaalf acts die je dit jaar in de gaten moet houden. Ook hun tweede single All We Know van hun debuutalbum Phosphene schopt het tot dagrotatie op 3FM. Taymir maakt op de sixties geïnspireerde indiepop. Korte, puntige liedjes met goed gezongen koortjes, te vergelijken met de beginperiode van The Strokes, Arctic Monkeys of The Kooks, waar ze goed naar hebben geluisterd.

Hoe je het ook wendt of keert, Aaaah blijft verreweg het beste nummer van Taymir. Het verhaal gaat dat dit ook het eerste nummer is dat ze ooit schreven. Niet voor niets is het ook hun meest bekende nummer. Het valt meteen op binnen de set: fris, origineel en naïef gearrangeerd. Er wordt lekker meegezongen.

Het leuke van de hele show is dat ze je laten meevoelen hoe leuk ze het wel niet vinden hier te staan. Dat werkt aanstekelijk. Ze spelen in op het buurjongen-effect. Als zij hier op Pinkpop kunnen staan, dan staat jouw buurjongen hier volgend jaar misschien ook wel. Wat zou jij doen als het vanmorgen heftig geonweerd heeft? Natuurlijk, de verzopen merchandise gratis uitdelen aan de eerste rijen. Supersympatisch! Het publiek: Jong, jonger, jongst. De meeste meisjes vooraan komen in de verste verte niet in aanmerking voor het gebruik van alcohol op het festivalterrein.

Het oordeel: Als je hetzelfde verhaaltje al duizend keer gehoord hebt, is het dan in de 1001ste nacht nog spannend? Pop/rock in een traditionele bandbezetting en dan nog weten te boeien is ingewikkelder dan het op het eerste gezicht lijkt. Daar heb je wel een hele rits sterke liedjes voor nodig. Dan is het best lang om vijfenveertig minuten vullen met maar twee echt sterke nummers: All I Know en Aaaah. De rest is op zijn zachtst gezegd bruikbaar vulsel. Om dat te verdoezelen zou je trucs kunnen bedenken als het spelen van een goed gekozen cover. Dus niet Barely Legal, een albumnummer van Strokes-klassieker Is This It, maar een herkenbare single van The Strokes. Of je nodigt een gastmuzikant uit om een nummer mee te spelen. Dat hoeft niet meteen Anouk te zijn - als je toch uit Den Haag komt - maar ook niet je broer Timo Prins op cowbell. Pinkpop scheidt de mannen van de jongens. Op tomeloze inzet is het vanmiddag net voldoende als opener voor een halflege tent, maar dat beginnersgeluk heb je maar een keer.
Bron:
VPRO door Menno Visser / Video: Taymir Official


North Mississippi Allstars

Nina Nesbitt
Zangeres Nina Nesbitt is een opvallende verschijning met haar slanke lichaam, blonde haar en hitsig kort broekje met daaronder hoge laarzen. Naast haar uiterlijk gaat de aandacht uit naar haar Schotse accent dat wat weg heeft van Amy Macdonald. Het geheel klinkt als Taylor Swift. Stond Nesbitt in maart eerder dit jaar in Bitterzoet nog alleen op het podium, vandaag heeft ze een begeleidende band bij. De pianist en drummer doen hun ding en de gitarist geeft hier en daar een korte solo weg. Samen brengen ze zoete, catchy popliedjes over het leven als tiener.

Niet Selfies maar afsluiter Stay Out leidt tot herkenbaarheid bij het publiek. In de UK werd dit nummer een hitje. "He's got a Rolling Stones tee, but he only knows one song, they think they're from the Sixties, they were born in 1991." De rest van de teksten zijn van hetzelfde laken een pak.

De blondine heeft veel aandacht voor haar fans. Tijdens de toegift duikt ze het publiek in en dit leidt tot enige hysterie.
Het publiek: Ze lijkt al een behoorlijke fanbase te hebben. Voor aanvang van het optreden staan er al behoorlijk wat mensen te wachten, al lijkt het dat ook een groot gedeelte verkoeling opzoekt in de tent. De tent is voor het eerst deze Pinkpop redelijk vol.

Het oordeel: De nummers van Nesbitt zijn zoet. Heel erg zoet. Haar performance maakt dat deels goed. Daardoor is het niet alleen leuk voor de meisjes, maar is er ook voor de mannen wat te genieten. De singer-songwriter heeft een prettige zuivere stem en de muziek is makkelijk te behappen. Ze maakt het niet te moeilijk en zetten een prima zondagmiddagconcert neer zonder uitschieters.
Bron:
VPRO door Stan Steeghs / Video: Chanou van Dijk


Chef'Special
Met die zon komt het gelukkig helemaal goed. Chef'Special is de ultieme festivalband: hun mix van reggae, pop en soul is vederlicht hap-slik-weg. Voor iedereen met een biertje in de hand te begrijpen, en zelfs bij eerste kennismaking al mee te zingen. De Haarlemmers kwamen dit voorjaar met zijn tweede plaat Passing Through, met daarop hun grootste hit tot nu toe. Dat nummer is In My Arms, een pakkende ballade met een feelgood vibe, maar met een serieuze lading: het gaat over het overlijden van frontman Joshua's vader. Het nummer zit helemaal aan het eind van de set en is van alle opsmuk van een festivalapotheose ontdaan. Er is ook geen confettikanon nodig, want heel het veld zingt het kale liedje zo ook wel mee. Een onbetwiste hit.

Special features zijn er verder wel degelijk. Vanaf hitje Peculiar schuiven de blazers van Amsterdam Klezmer Band aan, in eerste instantie met een soort Kleintje Pils-arrangement, maar daarna iets spannender. Maar het moment van de set komt wanneer de twaalfjarige Duco Akkerman een duwtje naar voren krijgt voor een trompetsolo. Hij is de winnaar van NTR's Zapp Music Challenge. Natuurlijk smelt iedereen hiervoor. Die solo zit trouwens in het nummer Biggest Monkey, een van de meer hiphop-georiënteerde nummers. Hier hoor je goed dat Joshua Nolet eigenlijk een heel matige rapper is. Als zijn vocalen het midden houden tussen rap en zang, gaat het nog wel, maar als hij stoer gaat lopen doen, is het meteen lachwekkend. Net zo lachwekkend als al die Amerikaanse teksten tegen het publiek tussendoor, met zo'n extra aangezet accent. Vlak voor het eind covert Chef'Special Can't Hold Us van Macklemore. Dat type act wil Chef'Special vermoedelijk zelf ook zijn: op het snijvlak van pop en rap. Maar zo'n goede hiphoptune hebben ze in de verste verte niet.
Het publiek: Chef'Special heeft bepaald niet de klagen over de opkomst. Sommigen vreesden dat veel mensen alleen een driedagenticket kochten voor The Rolling Stones en dat het wel eens rustig zou kunnen worden, maar helemaal aan het begin van de dag loopt het al goed vol.

Het oordeel: Chef'Special: intens vriendelijk ogende knappe jongemannen die hun gelikte pop met een Prodent-smile spelen. Feelgood en verzorgd, het ultieme glijmiddel in crisistijd.
Bron:
VPRO door Atze de Vries / Video: Noof89er


Portugal. The Man
In Amerika hoort de psychedelische rockband Portugal. The Man (met punt in de bandnaam gespeld, red.) tot de eredivisie in het collegerockcircuit. Oorspronkelijk tien jaar geleden opgericht in Alaska, gebruikt de band nu Portland als uitvalsbasis. Hun recentste album Evil Friends is geproduceerd door sterproducer Danger Mouse (Gnarls Barkley, U2, Black Keys, Broken Bells). Het nummer Purple Yellow Red And Blue daarvan staat op de soundtrack van voetbalgame FIFA 14.

Modern Jesus blijft wel het instapmodel. Het nummer van het laatste album Evil Friends, dat airplay kreeg in 3voor12 Radio, heeft een catchy hook. Hoewel er meer sterke nummers op hun laatste twee albums staan, blijkt het live te modderig over te komen om een gemiddeld publiek te kunnen bekoren.

Zanger John Gourley is niet de meest spraakzame frontman. Hij heeft tot dan toe de communicatie met het publiek overgelaten aan bassist Zach Carothers, die regelmatig met zijn handen staat te klappen op de momenten dat hij geen baslijntje heeft. Dat om nog enige publieksparticipatie in de matig gevulde tent te genereren. Twee nummers voor het einde doorbreekt Gourley toch zijn zwijgen: hij vindt het jammer dat ze het verliezen van Limp Bizkit, die tegelijkertijd spelen. Duh.

Het publiek: Hipsters, toevallige passanten in bezit van een programmaboekje, en verder iedereen die niet van Limp Bizkit houdt.

Het oordeel: Elk jaar staan er wel een paar bands op Pinkpop die je daar niet zou verwachten. Dit jaar is Portugal. The Man een van die vreemde eenden in de bijt. Dat kan uitlopen op een verrassing of op een mislukt experiment. In dit geval was het meer een dierproef op het Pinkpop-publiek. Dat is voor de band ook niet leuk, die beter tot zijn recht komt in kleinere zalen met een geïnteresseerd publiek. Althans een publiek dat het leuk vindt dat een groovy en lichtelijk valse versie van Pink Floyd's Another Brick In The Wall aan zou kunnen sluiten op hun eigen ondoorgrondelijke werkstuk Purple Yellow Red And Blue. Toegegeven, dat is mikken op een kleine doelgroep.
Bron:
VPRO door Menno Visser / Video: Angelo Alves


Limp Bizkit
Voorafgaand aan hun optreden gaan de verhalen rond over de vorige keer dat Limp Bizkit optrad op Pinkpop, in
2001. De band was - of vond zichzelf - de grootste ter wereld, en iedereen was bang voor Fred Durst, de licht ontvlambare douchebag die de bende leidde. Hij zou het crowdsurfverbod ongetwijfeld aan zijn laars lappen, net zoals hij een puinhoop veroorzaakte op Woodstock. Och, en als hij maar niet zou zien dat op de posters en T-shirts de bandnaam gespeld was als Limb Bizkit. Dertien jaar later is Fred Durst terug met al die oude hits. Dat wordt lachen. De douchebags extraordinaire van Limp Bizkit, vergane glorie in optima forma, toch? Een treurig overblijfsel van een van de dieptepunten uit de popgeschiedenis: nu-metal. Fred Durst, die zou dik geworden zijn, een vieze oude pad. Wat blijkt: Fred Durst ziet er een stuk afgetrainder uit dan in zijn beruchte sekstape. Hij heeft een volle baard met lichte grijstinten. Naast hem bassist Sam Rivers met een korte broek en zwarte sportsokken tot de knie opgetrokken. Best wel idioot, maar toch ook wel weer grappig. Ook Wes Borland is er tegenwoordig weer bij: hij ziet er spectaculair uit, als door pek overgoten. Maar Pinkpop staat bepaald niet klaar met veren. Pinkpop is klaar om vroeg op de middag los te gaan.
Er is één moment geweest in mijn leven waarop ik dacht dat ik oud werd. Ik was twintig en Limp Bizkit speelde op Lowlands. Het terrein werd werkelijk overspoeld door jongens van zestien met honkbalpetjes achterstevoren en het gezicht zo dom mogelijk. Hun anthem: My Generation. De generatie middelvinger omhoog en dingen kapot maken. Het systeem omver gooien en het vervangen door intens lelijke leegheid, in vorm van een lompe vorm van rap en metal. Inmiddels ben ik echt oud en kan ik er de humor wel van inzien. Gelukkig maar, want My Generation komt in een versie van tien minuten lang, keihard knallen. Het is het eerste hoogtepunt in de set. "Cause we don't, don't give a fuck, and we won't ever give a fuck until you give a fuck about me and my generation." De echte ontlading komt aan het eind, met haters-anthem Take A Look Around en de pure puberrebellie van Break Stuff. Helemaal fris is die Fredje niet hoor. Hij beweegt traag, alsof-ie bevangen is door de hitte. Hij maakt stomme grapjes ("We're gonna kick ass. Not literally. Literally kicking ass is fucking stupid"). Oh wacht, stomme grapjes zijn normaal he? Een overtuigender bewijs dat Fred niet helemaal lekker is? "Gaan jullie straks ook naar The Kooks kijken? Ik vind The Kooks awesome." The Kooks, really? Watje. Softie. Grapje? Nee, hij lijkt het echt te menen! Ook opmerkelijk: naast vaste cover Faith van George Michael ("Ik houd van de polariserende combinatie van heavy rock met pop," aldus Durst) speelt Limp Bizkit ook Killing In The Name van Rage Against The Machine, door Durst een van zijn belangrijkste invloeden genoemd. Je kunt je afvragen wat voor zin het heeft zo'n nummer te coveren en er werkelijk niets aan toe te voegen - al kun je dat ook opvatten als respectvol.
Het publiek: Het publiek laat de kans niet liggen hard mee te brullen.. Fuck you I won't do what you told me! Het is druk bij het 3FM Stage, en de massa mosht alsof het 1999 is.
Het oordeel: Nee, Limp Bizkit staat hier helemaal niet om uitgelachen te worden. Hun sound is zeker gedateerd, en de hoop op nieuwe klassiekers is allang vervlogen, maar de voormalige en nieuwe pubers van Pinkpop zullen niet teleurgesteld zijn. En Fred Durst? Die staat vrolijk flesjes water uit te delen aan de fans en laat zich met een grote glimlach in de backstage onthalen door tien gillende meisjes. "We spelen vroeg, maar nu kunnen we tenminste een biertje met jullie drinken."
Bron: VPRO door Atze de Vries / Video: billytheclick1


Intergalactic Lovers
Na eerste album Greetings & Salutations en een tour was het een tijdje stil rond de Vlamingse formatie. Afgelopen februari verscheen opvolger Little Heavy Burdens, een stap voorwaarts. De indiepop met donker randje en onderliggende emotie wordt doorgezet op de tweede langspeler en komt ook vanmiddag goed uit de verf. De band is op elkaar ingespeeld en straalt veel vertrouwen uit. De bandleden zijn - met uitzondering van de frontvrouw - introvert en mede daardoor wordt het een intens optreden. Zangeres Lara Chedraoui kan door een ongeluk geen gitaar meer spelen. Om dit op te vangen is er een extra gitarist toegevoegd. Lara heeft daarom meer ruimte, en die vult ze voortreffelijk. Ze straalt en danst op het podium. Een genot om naar te kijken en luisteren. Het is moeilijk kiezen, maar 'Obstinate heart' springt erbovenuit. Op plaat een pareltje en live nog beter. Frontvrouw Lara heeft een verzoekje voor het voorlaatste nummer Delay. “Of jullie net zo spastisch willen bewegen als ik." Het publiek geeft massaal gehoor aan haar oproep. De vlaggen en sjaals van de Rode Duivels gaan de lucht, er wordt gedanst en luidkeels meegezongen. Belgische euforie in Nederlands Limburg.
Het publiek: Er wordt aandacht geluisterd en hier en daar staat een bezoeker weg te dromen. Er heerst een fijn sfeertje in de tent. Na ieder nummer wordt er dan ook enthousiast geapplaudisseerd.
Het oordeel: Intergalactic Lovers is intens en weet te overtuigen op Stage 4. Knap, want de tent bleek tot nu toe lastig te bespelen. Met ijzersterke, ingetogen muzikanten en een geweldige zangeres weet de band ook de Nederlanders enthousiast te maken. Tot nu toe met afstand de beste show op het vierde podium.
Bron:
VPRO door Stan Steeghs / Video: curryman1977


The Kooks
Opwindende springerige Britrock van vier lads uit Brighton, die zeker vanaf debuutalbum Inside In/Inside Out (2006) een grote toekomst toegedicht werden. De volgende rakettrap bleek echter lastiger. Opeens was daar dit jaar de Down EP met gelijknamige funky single. In mei gevolgd door die heerlijke tweede single Around Town, met orkestrale, meeslepende zang, die aan The Black Keys doet denken. Een nummer dat de hoop doet herleven dat de Brighton boys nog eens zo'n fijne plaat als Inside In/Inside Out maken. In september zullen we het weten, als vierde langspeler Listen verschijnt, de eerste zonder de oorspronkelijke drummer Paul Garred.

De band zet als tweede Ooh La in, nog altijd een heel geslaagd popliedje. Met Eddie's Gun, Sofa Song, She Moves in Her Own Way en de sterke afsluiter Naïve komen bijna alle singles van Inside In/Inside Out voorbij, maar het supercatchy en lichtvoetige Ooh La komt het sterkst over het voetlicht.

"This is my favorite song," verklapt Luke Pritchard aan het publiek. Het betreft Around Town, de bijzonder geslaagde tweede single van de aanstaande plaat. Die is raak hoor. Verdomd goed nummer en een instant publieksfavoriet. Nu nog een Stones-achtig koor erbij voor die backing zang. Daarna dreigt de set alsnog te doven als de spreekwoordelijke nachtkaars.

Het publiek: Het veld voor de Mainstage is totaal volgestroomd voor The Kooks. Lekker met z'n allen bakken op de snikhete weide, waar zich lange rijen beginnen te vormen voor het waterverstrekkingspunt, maar zoals Jan Smeets al zei: die hoosbui vanochtend was helemaal gratis. En lekker met z'n allen naar The Kooks kijken. De Britten hebben er een handje van nummers uptempo te beginnen en dan in te laten zakken, en zo ziet de publieksrespons er ook uit. De respons op de vraag "How are you doing?" is veelzeggend, het kwartje valt en Pritchard besluit maar eens over het podium te snellen. Hij moet er harder voor werken. Het lukt wel om het publiek mee te laten klappen, maar om tot de geluidstoren (het ijkpunt voor Pinkpoppublieksmetingen) te komen heb je klappers als Naïve nodig. Met dat niveau worden we niet verwend.

Het oordeel: Eerst Chef'Special dan The Kooks is natuurlijk een beetje 'n kip-of-het-eiverhaal. Pinkpop gaat in ieder geval harder op de Nederlanders dan op het brouwsel waarmee de Britten de neutrale bezoekers maar mondjesmaat vermaken. Dat moet te denken geven, met het nieuwe album in aantocht. Van het nieuwe materiaal mag naast het uitstekende Around Town ook de met funky beats opgeleukte opener Down er zijn, verder beklijven Bad Habit en Westside (drijvend op synths, dancebeats en Prince-gilletjes) niet echt. The Kooks is nog altijd een goede en sympathieke band met een bovengemiddeld repertoire, maar we zien ze ook met dit album en vooral deze liveshow niet doorgroeien naar het niveau Arctic Monkeys. Zoals ze eigenlijk al sinds de gelijktijdige release van beide debuutalbums bij hun landgenoten in de schaduw staan.
Bron:
VPRO door Ingmar Griffioen / Video: TheMuseTV


Twenty One Pilots

Rudimental

Brother & Bones

Ed Sheeran
Dat meeblèren is in ieder geval precies wat Sheeran van zijn publiek verlangt. "Het is mijn taak om jullie de komende drie kwartier te vermaken", zegt hij al direct. "En wat ik van jullie vraag? Om zo véél mogelijk mee te zingen." Laat je daarbij niet misleiden door zijn uiterlijk van een surfer-troubadour met niets dan een akoestische gitaar. Zijn zijige liefdesliedjes mixt hij met rappe tong met hiphop en R&B. Daarin heeft hij overigens al net zo'n ontzettend blanke flow als bijvoorbeeld Jason Mraz of Jamie T. Met het nummer The A-Team en begeleidend debuutalbum + werd Sheeran een wereldster, opvolger X (uitgesproken als Multiply) komt nog deze zomer uit en is geproduceerd door Pharrell (HITALARM) en Rick Rubin.

Openingsnummer You Need Me, I Don't Need You is meteen de beginselverklaring van Ed Sheeran. In nog geen halve minuut heeft hij zijn gitaargetokkel gesampled. Even later beatboxt hij en trommelt hij op zijn klankkast, waar overigens een verrassend diep bassdrum-geluid uitkomt. De meeste liedjes die hij vervolgens speelt vallen in diezelfde opzwepende klasse, op een paar uitzonderingen na.
Die uitzonderingen zijn allemaal knuffelballads. Zo is daar I See Fire, een draak van mythische proporties die zelfs de meest heldhaftige hobbit nog niet zou kunnen verslaan. Als soundtrack van inderdaad, de Lord of the Rings-prequel, werd het een gigantische hit, maar naast catchy is het vooral tenenkrommend. Daarna speelt Sheeran direct The A-Team, dat verhaalt over een uitgebluste straatprostituee. Uiteindelijk is dat hét nummer dat het hele veld aan het meezingen krijgt. En dan is het tijd om zijn show af te sluiten, nat˙˙rlijk met de nieuwe single Sing. Het is een vernuftige akoestische R&B-track, die van Justin Timberlake had kunnen zijn. Live en in zijn eentje doet Sheeran die Pharrell-productie eer aan, dankzij z'n trouwe loop-pedaal. De belangrijkste bijdrage - het zal ook eens niet - wordt echter van dat braaf zingende publiek verwacht. "Zing allemaal het koortje mee, trek je shirts uit en zwaai het boven je hoofd." De mannen volgen massaal, de meisjes iets aarzelender. "Ik ga zo af, maar ik wil dat jullie door blijven zingen. Vijf minuten minstens. Wat zeg ik? Tien!" Maar daar maakt Sheeran een cruciale fout. Dat koortje is namelijk véél te moeilijk om lang vol te houden. Uiteindelijk lukt het met enige moeite om een kleine anderhalve minuut door te zingen, waarna er een stilte valt. "En waar is Sheeran nu gebleven?", zie je de meisjes kijken. Ja, die is dus al twee minuten weg. Hij stuurde aan op een legendarisch festivalmoment, maar het werd een wat ongemakkelijk einde met een laf applaus. Zonde, want het was een prima show met veel nieuw werk dat al goed viel. Het opmerkelijkst was nog wel Don't. Nog zo'n Timberlake-tune, waarin hij zingt over zijn geliefde, die er met een ander vandoor gaat terwijl hij verdomme in hetzelfde hotel ligt te slapen. Het schijnt over zijn ex Ellie Goulding (!) te gaan, schrijven de tabloids. "Don't fuck with my love", gromt Sheeran.

Het publiek: Gelukkig krijgt hij vanmiddag van Landgraaf meer dan genoeg liefde. Er staan meisjes met kartonnen borden: "Ed come to my flat", rijmt er eentje. Een ander verklaart hem de liefde. Er worden hartjes gemaakt. En zelfs de paar sceptici die een singer-softwriter verwachtten, waren aangenaam verrast door de whiteboy-raps die er tussendoor glijden. Het oordeel: Eerlijk? Sheeran bouwt liedjes soms toch wel nodeloos uit met dat sample-apparaatje bij zijn voeten. In een uur tijd speelt hij een kleine negen liedjes, die het vooral moeten hebben van publieksparticipatie. Ik wil entertainen, zei hij aan het begin van de show. Dat is gelukt. Het was een ideale, niet te moeilijke show voor in het festivalzonnetje. Maar eeuwige zonde dat Sing, de verse nr 1 hit, op deze manier niet het festivalanthem werd dat het had kunnen worden.
Bron:
VPRO door Timo Pisart / Video: TheMuseTV


The Boxer Rebellion
UK band met voorliefde voor grootse, galmende rock. Een beetje in de geest van Editors opererend, of als een Engelse Kensington. Ze ogen ook als een kruising van die bands trouwens. The Boxer Rebellion bracht vorig jaar alweer het vierde album uit en raakte in april (net na Paaspop) gitarist van het eerste uur Todd Howe kwijt. Er is een nieuwe snarenman op het podium en omdat de leden - onderling noch met het publiek - geen enkel contact maken, valt het op het eerste gezicht niet op.

Kan niet missen: Diamonds, een song die zelfs in deze set meteen als een popklassieker klinkt. Een golf van herkenning gaat door tent bij dit doorbraaknummer en opener van de laatste plaat. Helaas staat de bas te hard in de mix, maar soit. De zalvende stem van Nathan Nicholson voert je mee en de synth- en gitaartapijten zijn net wat dwingender. Er is live een meeklapmomentje ingebouwd, waar ze het slim stil laten vallen en van niks met stem weer opbouwen. Dit werkt. Iedereen is weer bij de les.

Wat een keurige jongens, die Britten. Zouden die zich backstage nog eens laten gaan, een gitaar of kleedkamer slopen, groupies uitnodigen of zelfs maar voorzichtig een jointje roken? Waarschijnlijk niet. Dat geeft ook niet, als ze het op het podium maar eens deden. Alles in één tempo (meestal mid), galm en sfeer spelen; daar krijg je zelfs hartstochtelijke fans mee in slaap. Zo wordt de show één lang moment. Vooruit: Depeche Mode-cover Enjoy The Silence dan maar. Hoewel die ook geen moment recht doet aan het origineel, brengt die in ieder geval nog een rimpeling in deze set. Het zou als soundtrack bij een natuurfilm over parende schildpadden niet misstaan, wordt nergens aanstootgevend, maar is wel dodelijk vervelend.

Het publiek: Mensen beginnen bij meerdere nummers spontaan te klappen, The Boxer Rebellion heeft duidelijk fans op Pinkpop. In tegenstelling tot de bokseropstand verbroedert deze groep vooral. Ze vullen de tent net na Ed Sheeran met gemak. Opvallend: na elke twee nummers gaan er mensen weg, maar omdat er ook nieuwe bij komen valt dat pas halverwege echt op. Tegen het einde - als de grote hit en cover nog moeten komen - ziet het er pas vakkundig leeggespeeld uit. Niettemin staat iedereen die er is wel élk nummer mee te klappen en deinen.

Het oordeel: Het is knap: nu eens als Sting (in Step Out Of The Car), als U2 (in Spitting Fire), dan Interpol (in het eindelijk wat fellere Fragile) en verder vooral als Editors klinken. Nog knapper omdat vrijwel continu in eender tempo en bombastische sfeer te doen. Dan heb je nog nieuwe single Promises, waarin opeens à la Bastille de driedubbele trom wordt geslagen. De band heeft eigenlijk best veel dat voor ze spreekt (waaronder vier studio-albums en talloze tracks voor tv-series, commercials en ja: soundtracks), maar dat komt er vandaag live niet voldoende uit. Eén aantoonbare reden is het totale gebrek aan charisma bij frontman Nicholson en eigenlijk de hele band. Daarnaast heeft het opstappen van gitarist Howe vast niet geholpen en kan een slimmere setopbouw en beter geluid wel helpen. Nee, deze rebellie is vakkundig neergeslagen en wel binnen de eigen gelederen.
Bron:
VPRO door Ingmar Griffioen / Video: 3FM


Paolo Nutini
Nutini kiest volledig voor soul vandaag. Een enorme band en onder anderen een fantastische achtergrondzangeres gaan hem daarbij helpen. Intussen loopt hij lang genoeg mee om geen verbaasde blikken meer te krijgen, maar het blijft wonderlijk dat een jonge Schot zo'n gouden soulstrot heeft. Lome liedjes, met een flinke snik erin. Want hoe succesvol hij ook is, hij lijkt nog altijd een beetje sip en gekweld door van alles. Het concert is een mooi rustpunt in het volle programma op het 3FM podium, zo precies tussen de sloopdrang van Limp Bizkit en de monumentale Robert Plant. Even gas terug, rustig weer op adem komen voor de rest van de dag. Als tijdens One Day de muziek ook langzaam wegebt en als een haperende platenspeler vertraagt is dat gevoel compleet. Lome muziek, voor loom weer.
Halverwege het politiek geladen Iron Sky komt de legendarische speech van Charlie Chaplin uit The Great Dictator langs. Het is typisch voor het concert. Waar in praktisch elke context de speech indruk maakt, gebeurt er nu helemaal niks. Zonder iets van spanning in de muziek is het gewoon een extra theatraal element zonder betekenis. Het klinkt leuk, meer niet.
Het publiek: Het volle veld lijkt massaal het bier ingeruild te hebben voor witte wijn. Het is immers zondagmiddag, en er staat een lekker moppie soul op het podium. Maar tussen de kwebbelende, borrelende veertigers staan toch ook wat mensen voorzichtig een gelukzalig traantje weg te pinken.
Het oordeel: Paolo Nutini heeft talent in overvloed, dat staat niet ter discussie. Hij heeft ook een fantastische band, die een fantastische soulsound weet neer te zetten. Maar het is jammer dat er alleen in het begin iets van een groove of gevaar in zit, en dat het daarna steeds meer een smaakvol geluidsbehang werd. Bijna allemaal goede tracks, mooi uitgevoerd ook. Maar veel meer dan mooi is het niet. Ondanks zijn gekwelde stem en grimas ontbreekt het de show aan enige urgentie. Jammer, want er lijkt nog zo veel meer in te zitten. En als je wel probeert je aandacht er bij te houden, dan gaat die eeuwige brok in de keel van Nutini ook wat tegenstaan. Als hij die nou eens doorslikt, kan hij vast nóg mooiere muziekmaken.
Bron:
VPRO door Ralph-Hermen Huiskamp / Video: Rob Demandt


Editors
Heel even leek Editors de weg kwijt. Het derde album was iets experimenteler dan zijn voorgangers (met meer focus op synthesizers dan op gitaren), en op hit Papillon na was dat niet zo'n succes. Toen belangrijke gitarist Chris Urbanowicz er ook nog eens mee stopte, wankelde de band die nooit wankelt. Maar Editors herpakte zich, maakte een een plaat die wat veiliger en grootser klinkt, maar wel een grote hit bevat. Imiddels staat de band weer onverstoorbaar te spelen. Alsof er helemaal niks aan de hand is.

Die grote nieuwe hit heet A Ton Of Love, een galmende song die het volle veld laat meezingen: "Desire, desire, desiiire!" En dan het tegeltje: "What weighs more on your plate? A ton of love, or a ton of hate?" Het antwoord op deze klassieke strikvraag moge duidelijk zijn. Zonder dollen: A Ton Of Love volgt op oude favorieten Munich en Smokers Outside The Hospital Doors, en blaast die twee keihard weg. Tom Smith is een intense performer. Praten met zijn publiek doet hij nauwelijks, ze indringend aanstaren kan hij als geen ander. De andere bandleden kunnen overigens rustig anoniem over straat, maar met zo'n magneet als Smith is dat niet erg.

Dan volgt nog Papillon, het enige overblijfsel van die moeizame derde. Het nummer drijft op een synthhook waarvan je weet dat ie ergens geleend moet zijn. Tom Smith slist de karakteristieke zin: "It kicks like a sleep twitch." De zon begint stilaan de dalen en legt nog een keer een warme sluier over het publiek, als de band het outro uitbouwt en uitbouwt. Papillon is trouwens afgeleid van de ontsnappingsfilm uit 1973 met Steve McQueen en Dustin Hoffman. Het is zeker niet de enige keer dat Tom Smith zijn beelden leent uit films: in Smokers Outside The Hospital Doors bijvoorbeeld leende hij een freaky scene over mensen die met een blinddoek om midden in een bos gezet worden, en uitgedaagd worden om zo snel mogelijk aan de rand te komen. Dat filmische probeert de band nadrukkelijk ook in de songs te vertalen, wat het grootse geluid voor een deel verklaart.

In het midden van de krijgen we maar liefst vier nieuwe nummers achter elkaar, en dat is bepaald geen onverdeeld genoegen. Het gejaagde van de vroege songs is definitief verruild voor een weids stadiongeluid. Bij A Ton Of Love pakt dat heel goed uit, maar bijvoorbeeld in Honesty overspeelt Editors zijn hand schromelijk. Er is in de studio al een stukje ingebouwd dat alles en iedereen mee moet zingen, maar dat gebeurt eigenlijk niet. Fromeldahyde brengt het slechtste van Coldplay en Snow Patrol bij elkaar. Het beste van die vier nummers is het duistere Sugar, eigenlijk het minst sterk aangezette liedje. Laten we het erop houden dat Editors een veel sterkere band is als de verleiding van het overdreven grote gebaar weerstaan wordt.

Het oordeel: Toch knap hoe Editors zich van het dipje hersteld heeft. Al jaren staat de band aan de top in Nederland, meer dan in veel andere landen. Die positie wordt nu met gemak gehandhaafd en zelfs uitgebouwd, eigenlijk vooral dankzij 1 sterk nieuw nummer. In het verleden kon je nog wel eens zeggen dat het allemaal wat te perfect was, te clean. Dat was met name aan het slot van deze set minder het geval. Verrassend zal het nooit worden wat Editors doet, maar met zo'n slot is deze show zowaar headlinerwaardig.
Bron:
VPRO door Atze de Vrieze / Video: Robin Rietveld


John Newman
In Nederland is John Newman vooral bekend van zijn hits met Rudimental. In Engeland heeft hij er solo al meer op zijn naam staan. Het is groots opgezette pop, van het type dat je in de auto automatisch harder draait en dat het goed doet tijdens het stofzuigen. Live is het dan nog maar bezien hoe het uitpakt. Bij de opening wordt dat al duidelijk. Doeken verhullen het hele podium, terwijl bombastische muziek langzaam aanzwelt. Die doeken vallen natuurlijk naar beneden als de band vol inzet, en om het af te maken staat Newman strak in een wit 80's colbert, inclusief mouwophouders, in een strakke pose boven op een extra podium óp het podium. Even staat hij stil, om vervolgens met z'n elastieke benen de start nog meer vaart te geven en al bij het eerste nummer op z'n knieën te eindigen. De toon is gezet, het wordt een show met strakke danspasjes, en grote gebaren.
Newman heeft het beste voor het laatst bewaard. Pas als afsluiter gooit hij zijn grote hit Love Me Again erin. Funky, zoals op de single, maar voor de gelegenheid opgeleukt met wat extra strijkers, zodat het nog meer een anthem wordt dan dat het al is. Van voor naar achter de hele tent zingt mee, net zolang als Newman het opdraagt. Newman schuwt de grote gebaren en de nodige theatraliteit niet. Bij het eerste nummer zakt hij al met een grote zucht op zijn knieeen, bij Goodnight Goodbye trekt hij nog meer uit de kast. Als het nummer voorbij is bevriest de hele band. Het lijkt eeuwig te duren, de hele tent houdt zijn adem in. Om vervolgens de longen uit het lijf te juichen als er alsnog een opzwepend coda aan het nummer wordt vastgeplakt, uiteraard weer inclusief pasjes die zo uit de koker van Michael Jackson lijken te komen. Bij reguliere concerten is het standaard: het spelletje van aflopen, twee minuten wachten, en dan een toegift doen. Headliners bij festivals doen het ook geregeld, en dat is prima. Maar zoals Newman midden op de dag na drie kwartier doen alsof het voorbij is en dan toch nog twee nummers spelen, dat is gewoon flauwekul.
Het publiek: De tent bij de Brand Bier Stage is afgeladen vol. Het publiek zingt wanneer het moet, danst wanneer het mag, en juicht wanneer het wil. En dat is allemaal best vaak. De mannelijke gitaarliefhebbers lijken massaal bij Robert Plant te zijn of alvast een goede plek aan het zoeken bij de Arctic Monkeys, want het percentage vrouwen is opvallend hoog.
Het oordeel: Na een flitsende start met de eerste drie nummers lijkt Newman een perfecte show neer te gaan zitten. Ook al is hij niet bijzonder goed bij stem en het gaat soms bijna mis bij een uithaal. Maar dat deert allemaal niet, hij straalt genoeg zelfvertrouwen uit om dat op te vangen, en anders zijn het wel zijn rubberen benen waarmee hij de aandacht succesvol afleidt. Het probleem zit hem in het aantal écht goede nummers. In het middenstuk zitten net te veel niemendalletjes. Maar goed, hoeveel diva's zijn er die geen inkakmoment in hun show hebben?
Bron:
VPRO door Ralph-Hermen Huiskamp / Video: Bekijk Het Maar


Robert Plant and The Sensational Space Shifters
De Robert Plant die we vandaag op het podium zien, heeft weinig gemeen met de veertig jaar jongere beeltenis die als backdrop achter hem hangt, de ultieme rock-seksgod. We zien een man van 65 in een shirt dat hoort bij een man van 65. Zijn lange krullen zijn nog rossig, het geitensikje grijs, de groeven in zijn gezicht indrukwekkend. Het is alsof Robert Plant zichzelf bekijkt in een veertig jaar oude spiegel en herinterpreteert wat hij ziet. Plant opent met Babe I'm Gonna Leave You, een cover van folkzangeres Joan Baez. Het is meteen het allerbeste van de hele set. Je ziet iedereen aandachtig kijken en luisteren waar het heen gaat. Hier gaat het van hoog naar laag, en vooral de diepte in. De band mag meteen zijn klasse etaleren, en Plant laat horen zijn klassieke 'howl' nog te hebben. Andere hoogtepunten zijn de folkie hippie-ode Going To California (met een bloem in je haar) en de gestripte versie van What Is And What Should Never Be. Helemaal aan het einde krijgt Pinkpop ook die gouden riff: Whole Lotta Love. Hij wordt voluit gespeeld, en dan pas realiseer je je dat deze set niet om de riffs draaide, maar om de songs. De song zelf, we horen het weer, is een van de meest seksueel expliciete uit de popgeschiedenis. Plant belooft de vrouw zijn grote liefde te geven, belooft hem zelfs letterlijk bij haar naar binnen te steken, als het even kan aan de achterkant. Dat hij dit speelt, voelt een beetje als een beleefd bedankje voor het getoonde geduld, maar toch. Op de setlist staan ook een paar covers. Het kan haast geen toeval zijn dat hij uit het oeuvre van Led Zeppelin onder meer die cover van Joan Baez kiest. Het gaat om het ontginnen van de weg terug. Nog verder terug gaat Spoonful, een nummer van bluesmuzikant Howlin' Wolf. Afkomstig uit de jaren zestig, maar teruggrijpend naar de jaren twintig. Daar komen we uit bij een verderfelijke bron van seks, drugs en andere zaken die het leven intenser maken. Ook boeiend is de manier waarop een Afrikaanse muzikant met een primitief strijkinstrument de zwarte roots van veel songs accentueert. Ineens schakelt de ritmesectie over op standje afro.
Het publiek: Terwijl het jonge volk zich alvast naar het hoofdpodium spoedt voor Arctic Monkeys, staat een behoorlijke groep volwassen luisteraars met volop aandacht bij het 3FM Podium.
Het oordeel: Wat een verschil met generatiegenoten The Rolling Stones gisteren. Robert Plant nam al dik dertig jaar geleden afscheid van het grote circus, de gekkigheid, het grote geld. Hij nam zijwegen, maakte soms bijzondere dingen, en vond zijn plek op een meer bescheiden niveau. Deze terugkeer naar de roots is dan ook onvergelijkbaar met het krampachtig vasthouden van de eeuwige jeugd door de Stones. Dat maakt hem er misschien niet hipper op, maar hij dwingt hier absoluut respect af.
Bron:
VPRO door Atze de Vrieze / Video: Niels Daemen


Arctic Monkeys
De Arctic Monkeys als afsluiter van de tweede Pinkpop-dag liep uit op een teleurstelling. Helemaal de vinger er achter krijgen waarom is niet zo eenvoudig. Ze speelden goed, zij het dat de overgangen tussen de liedjes erg stroef verliepen. Het geluid was ook dik in orde, lekker stevig basfundament en zanger Alex Turner die goed bij stem was.
Maar je zag de publieks-interesse per liedje afnemen op het veld. Drie betrekkelijk rustige nummers, met een traag tempo openden het concert, waarna Brianstorm de boel een beetje aan de gang kreeg. De keuze van de band om zich erg te richten op recent materiaal, was voor een publiek dat vooral losging op oudjes als I Bet You Look Good On The Dancefloor en Fluerescent Adolescent, wellicht wat al te ambitieus.

Er kwam te weinig energie los in het uurtje dat ze speelden. Toen Turner het laatste liedje 505 aankondigde liep het veld leeg. De muzikaal sterke, in ieder geval afwisselende dag, ging als een nachtkaars uit.
Dat je een concert van Arctic Monkeys, misschien wel de alleropwindenste Britse gitaarband van de laatste tien jaar, schouderophalend voor kennisgeving aanneemt, dat kan niet de bedoeling zijn.
Bron:
volkskrant.nl door Gijsbert Kamer 9 juni 2014 / Video: bipow the second